Joke en de dood van haar rechercheur-brigadier
Journalist Ton van den Berg praat wekelijks met bekende en onbekende Utrechters in stad en regio. Dit keer met Joke Kranenburg (56) die in 1977 te horen kreeg dat haar man was doodgeschoten. Over wat er daarna gebeurde is een toneelvoorstelling, Joke, gemaakt die nu met Isa Hoes in de hoofdrol in de theaters te zien is
Wat gebeurt er met iemand die op een dag te horen krijgt dat
haar man doodgeschoten is door een RAF-terrorist. “Daar gaat het toneelstuk
Joke over,” zegt Joke Kranenburg in haar woning in Vianen. Ze steekt een
sigaret op. Naast haar op de bank liggen twee pakjes sigaretten.
In 1977 schiet de RAF-terrorist Knut Folkerts op de
Croeselaan in Utrecht bij een confrontatie met de politie rechercheur-brigadier
Arie Kranenburg dood. De vrouw van de politieman zit op dat moment hoogzwanger
thuis en ziet daar een paar uur later de burgemeester van Utrecht, Vonhoff, en
hoofdcommissaris Van Doesburg uit een grote zwarte auto stappen.
Vanaf de bank wijst Kranenburg naar buiten en zegt: “Ik zag Vonhoff en Van Doesburg en ik wist dat het foute boel was.” Wat er daarna is gebeurd met Joke tot en met de rechtszaak eind 1977, dat is door de toneelmaakster Guusje Eijbers in een toneelstuk gevat dat nu wordt gespeeld door de actrice Isa Hoes. “Guusje heeft hier dagen achter elkaar op de bank gezeten om mij uit te horen over wat er toen allemaal gebeurd is. Tot in de kleinste details ook. Ze wilde ook
weten wat voor kleren ik aan had. Van die dingen allemaal.”Kranenburg twijfelde eerst nog of ze wel aan een toneelstuk
moest meewerken. “Ik dacht: Waarom zou iemand geld moeten verdienen over mijn
rug? En wat voor nut heeft het? Maar tegenhouden kon ik het niet want Eijbers
zou het anders schrijven op basis van alles wat in de pers er al over bekend
was. Ik wilde niet dat ze daar haar eigen fantasie en gebakken lucht aan zou
toevoegen. Dus heb ik maar gezegd er aan mee te willen werken, dan klopt het
verhaal tenminste.”
Het verhaal van Joke start op het moment dat haar wereld
instort. Kranenburg: “Die dag zat ik hier thuis op Arie te wachten. We zouden
uitgaan. Het was net iets voor acht uur ’s avonds. Ik was van plan naar het
tv-journaal te gaan kijken toen Doesburg en Vonhoff arriveerden. Als ze later
waren geweest had ik het van de tv moeten vernemen. Omdat ik bezoek had gehad
stond er ook geen radio aan en wist ik helemaal van niks over wat er in Utrecht
was gebeurd. Mijn leven veranderde op dat moment zomaar in een klap. Daar stond
ik met mijn dikke buik.”
Grote liefde
Kranenburg steekt een nieuwe sigaret op en zegt daarna:
“Nee, ik ben nooit hertrouwd. Arie was mijn grote liefde en zo iemand ben ik
nooit meer tegen gekomen. Ik was 19 en hij was eenentwintig jaar ouder toen we
elkaar hebben ontmoet bij de politie. Ik werkte er bij een onderdeel van de
recherche op het hoofdbureau Paardenveld in Utrecht maar ik zag hem voor het
eerst op een feestje van de recherche. We keken elkaar aan en in een fractie
van een seconde wisten we dat we elkaar al vierhonderd jaar kenden en dat we
voor altijd met elkaar door zouden gaan. Daar was geen twijfel over mogelijk.”
Een glimlach gaat over het gezicht van Kranenburg: “Ik moet er nu ook niet meer
aan denken dat ik weer een vent in huis zou hebben en overhemden zou moeten
strijken.”
Joke trouwt met Arie Kranenburg en als ze zwanger is van
haar eerste zoon verlaat ze het politiekorps. “Dat moest. De toenmalige
hoofdcommissaris Trip had een bloedhekel aan vrouwen bij de politie en als ze
er dan toch werkten liet ie ze wel ervoor tekenen dat als je zwanger werd eruit
moest. Het gaf ook niet. Ik had ook geen tijd meer om te werken want
kinderopvang bestond er nog niet. En ik kreeg mijn handen vol aan zaken die
niet te plannen zijn want een paar weken na de geboorte van mijn eerste zoon
overleed mijn vader en kreeg mijn moeder kanker. Ik heb haar nog een jaar
verpleegd. Zij overleed , 56 jaar oud, in juni 1977 toen ik inmiddels weer
zwanger was. Hoe erg het ook was, ik dacht toen dat Arie en ik nu de tijd
zouden krijgen voor ons eigen leven maar toen kwam dit er overheen. Ik moest
weer helemaal opnieuw beginnen. Een ongeluk komt altijd in drieën zeggen ze:
mijn vader, moeder en mijn man waren overleden.”
Bijna tweeëndertig jaar na de dood van haar man zegt
Kranenburg: “Voor rouwen heb ik geen tijd gehad. Ik ontvluchtte het ook. Kijk,
de eerste tijd word je geleefd: door de pers, door de rechtszaak en alle
toestanden eromheen. Ik moest nog bevallen, dus daar moest ik me ook op
focussen. Ik kon ook voor mezelf niet meer onderscheiden voor wie ik aan het
rouwen was. Was het om mijn vader? Mijn moeder? Mijn man? Het liep allemaal
door elkaar heen. Ik werd er stapelgek van. Ik ben het daarom maar gaan
ontvluchtten. Hoe dat ging weet ik niet meer want in een etmaal moet bij mij 52
uur hebben gezeten want naast dat ik twee kinderen te verzorgen had ging ik
studeren: esoterische wijsbegeerte, ging daarin ook lesgeven en ik werd
voorzitter van een filosofengroep waarvoor ik af en toe lezingen moest geven.
Ook ging ik freelance werk doen als verslaggever voor het Utrechts Nieuwsblad,
Radio Utrecht en een weekblad. Mijn dagen zaten krankzinnig in elkaar. Heb ik
lopen rouwen? Nee, dus. Ik moest door.”
Media
Maar al liep Kranenburg weg, de dood van haar man blijft haar
achtervolgen. Telkens weer zoeken de Nederlandse en Duitse media haar op als
zich weer een gelegenheid voordoet zoals de vrijlating van Knut Folkerts in
1995 in Duitsland. Een paar jaar later was er weer veel ophef nadat Kranenburg
ontdekte dat Folkerts ten onrechte vrij was gelaten. De Duitse justitie had
vergeten de twintig jaar Nederlandse gevangenisstraf over te nemen. De straf is
nog niet verjaard en Kranenburg vecht er nu nog steeds voor dat de moordenaar
van haar echtgenoot z’n straf moet uitzitten.
“Het houdt nooit op. Dan lees je weer in de pers dat er in
Berlijn een kunsttentoonstelling is die met de Rote Armee Fraktion te maken
heeft, dat er een film over de RAF gemaakt wordt. Je wordt er steeds weer mee
geconfronteerd. Boeken over de RAF, dan bellen ze me op of daar maar aan mee
wil werken. Het gaat maar door. En het is niet alleen de Nederlandse pers, maar
ook de Duitse die iedere keer hier op de stoep staan als het weer zoveel jaar
geleden is dat iets is gebeurd. En toen kwam er ook nog dat toneelstuk. ‘Wat
moet je hier mee?’, was mijn eerste vraag. ‘Wat heb je er aan?’ Ik weet nu wat
ik er aan heb want de mensen die het stuk hebben gezien, in 2006 is het al tien
keer opgevoerd geweest met een andere actrice, zeggen nu dat ze voor het eerst begrijpen
hoe ik me gevoeld moet hebben. Ze zien nu wat er achter mijn voordeur is
gebeurd en waren diep onder de indruk. Er is nu begrip voor mijn situatie toen.
Ik stond er helemaal alleen voor. Er was één man van het hoofdbureau in Utrecht
die als enige mij geweldig heeft opgevangen. Hij is zelfs meegeweest naar het
ziekenhuis toen ik moest bevallen. Maar voor de rest... iedereen begon met een
grote boog om mij heen te lopen. Ik was te confronterend want het had hun ook
kunnen overkomen, dat was bedreigend. Wat moesten ze ook zeggen tegen iemand
met een dikke buik? Op zich begreep ik de reactie wel, maar juist in een
periode dat je alle steun kunt gebruiken is het wel jammer. De politie was in
die tijd één grote familie, maar dat was voor mij over. De vrienden die ik had
bij de politie waren in een klap weg. Eén stel vrienden is daar van over
gebleven, dat was mager. Ik had geen ouders om op terug te vallen, geen
vrienden en collega’s meer. Het was heel eenzaam.”
Kanker
Kranenburg staat op en gaat naar de keuken om koffie te
zetten. “Hoe het met me gaat?,” zegt ze vanuit de keuken. “Ik heb kanker. In
januari 2005 begon dat. Het is een van de agressiefste vormen van borstkanker.
Ik heb twee operaties achter de rug, allerlei bestralingen, zes zware chemokuren.
M’n centrale zenuwstelsel is daardoor aangetast. Ik heb geen gevoel meer in
mijn benen en vingertoppen. Het zijn allerlei beperkingen waardoor ik heel veel
niet meer kan. Vijfhonderd meter lopen is voor mij een heel eind.”
Ondanks de beperkingen en de kans dat de doktoren haar
moeten mededelen dat de kanker is uitgezaaid, is Kranenburg zoals ze gewoon is
actief: “Ik ben gaan schilderen, beeldhouwen en ik doe een cursus
kunstgeschiedenis. Ik heb nu vrije tijd zat en leef van half jaar tot half jaar
als ik weer op controle moet. Waarom zou ik in die tijd alleen maar op de bank
zitten als ik met mijn handen ook wat kan. Zie je dat schilderij? Mensen die
hier binnen komen en verstand hebben van kunst zeggen: ‘Heb jij een echte Ton
Schulten aan de muur?’ Nou nee, die heb ik zelf gemaakt.”
Het toneelstuk Joke gaat het land in met 54 voorstellingen
waaronder op 8 februari in de Stadsschouwburg in Utrecht, 11 maart in het
Fulcotheater in IJsselstein en 26 maart in het Figi-Theater in Zeist.
Inhoud
- Joke en de dood van haar rechercheur-brigadier
- Kikkerbil en saté bij reünie Hordijk
- Tegen je zestigste nog een keer vlammen!
- Maliebaan, straat van beweging en tegenbeweging
- Stadsjeugd nu ook als boek
- Wolfsen op stap in Utrecht
- Hasj kopen bij de wiet-drive-in aan de ringweg
- Jongeriuscomplex van slopershamer gered
- Utrechtse Silver rockt met debuut-cd
- Kunstliefde weer helemaal terug
- Edu Nandlal leerde van de rampen in zijn leven
- Nieuw leven voor vergane gevelopschriften
- Een gouden eeuw Doustraat
- Capitool ontdekt Utrecht
- Nieuw leven voor speurder Dick Bos
- Eerbetoon aan arbeiders Werkspoor
- De avonturen van de legendarische Veermannen
- De historie van Utrecht netjes op een rijtje
- Utrecht vanuit de lucht goed bekeken
- Het weer volgens Arie Verrips
- De bijna vergeten foto’s van flaneur Frans Lapoutre
- Monumentenwachters spil in behoud monumenten
- Het succes van Paradijs is de Chinees
- Aanpak jeugdoverlast weinig effectief en weinig duurzaam